Vogels voeren in de winter

Vogels, en vooral kleine vogeltjes, verliezen tijdens een koude winternacht soms wel 10% van hun lichaamsgewicht. Door hun hoge lichaamstemperatuur van 40°C hebben de vogels een hoger calorieverbruik in de winter, zodat ze meer voedsel nodig hebben om niet door hun vetreserves heen te raken. Om een voorbeeld te geven: een koolmees verorbert per dag haar eigen lichaamsgewicht.
Daarbij komt nog dat tijdens de wintermaanden de dagen veel korter zijn en dus hebben de vogels minder beschikbare tijd om het nodige voedsel bij elkaar te zoeken.
Met het oog op perioden van voedselschaarste door langdurige koude is het aangewezen om het onze gevederde vrienden wat gemakkelijker te maken. Door voer aan te bieden, help je dus de vogels op 2 manieren: ze behouden een goede conditie én ze moeten minder energie besteden aan het vinden van het voedsel.

De bewering, dat vogels het niet overleven als je eens niet in de gelegenheid zou zijn om te voederen, kunnen we afdoen als onwaarheid. Vogels rekenen niet enkel op jouw tuin om hun dagelijkse portie energie te komen halen, ze doen meerdere voederplaatsen aan en die komen er gelukkig steeds meer en meer.
Ook de
bewering dat je vogels niet het hele jaar mag doorvoeren, vindt meer en meer tegenkanting. Zeker wel opletten dat, ingeval je blijft voederen in de lente en zomer, geen grote zaden worden aangeboden. De jongen zouden hierin kunnen stikken.
Bovendien hebben vogels in de winter een andere energiebehoefte dan in de zomer.
Het voederen, en dus ook het plezier van vogeltjes in de gaten houden, kan beginnen in oktober-november. Zo hebben de vogels al weet van de plekjes waar ze tijdens de koude periode hun dagelijkse kost kunnen vinden.
Enkele belangrijke zaken mogen we daarbij niet overslaan:
-
zorg voor voederplekjes in de buurt van struiken, zodat bij een aanval van bv. roofvogel of kat, ze tijdig hun heil kunnen zoeken;
-
geef niet teveel voedsel ineens: beter is 's morgens te voeren, zodat ze snel hun verloren energie kunnen terugwinnen. En nog een keer een uurtje of 2 voor het donker wordt, zodat ze nog energie kunnen opdoen voor een lange, koude nacht;
-
strooi niet enkel op een voederplank, maar ook op verdoken plekjes op de grond voor vogeltjes zoals roodborstje, mus en winterkoninkje. Meesjes, boomklever, boomkruiper, spechten en merels zullen halsbrekende toeren uithalen om te kunnen snoepen van vetbollen, pindacakes en -blokken;
-
groenlingen, mezen en mussen zullen een voedersilo ten zeerste op prijs stellen. Als je deze vlakbij een verdekte plek ophangt, kunnen de grondvogels genieten van de zaden die de anderen morsen. Niet zelden komen 's nachts muisjes de restjes ophalen;
-
een waterbakje zal bij strenge vorst niet onbenut blijven. Zorg echter wel dat de vogels niet kunnen badderen: span een gaas over het wateroppervlak, zodat ze enkel kunnen drinken. Voeg ook niets toe aan het water om het bevriezen tegen te gaan: zout, suiker,...
Tegen de winterperiode kan je hier terecht voor een uitgebreide beschrijving over hoe en wat te voeren.
Vergeet echter niet voor de zomerperiode, en zeker bij droogte en hitte, een ruime schaal met water te voorzien, zodat de gevederde vrienden zich kunnen laven en afkoelen door een bad te nemen. Uiteraard moet deze schaal geregeld zuiver gemaakt worden.



